

Gezond gewicht en vetgehalte
Inleiding
De uitdrukking ‘droog getraind’, is binnen de sportwereld een manier om aan te geven dat iemand weinig vet op zijn lichaam heeft, met meestal aardig wat ontwikkelde spieren. Om te bepalen wat jouw vetgehalte is, kun je twee methodes hanteren. Maar voordat je gaat meten, is het handig te weten wat er in de eerste plaats over je gewicht te zeggen is.Lichaamsgewicht zegt niet alles
Je lichaamsgewicht is een opstelsom van verschillende lichaamsonderdelen, zoals botten, spieren, vocht, inwendige organen en vetten. Als je veel beweegt, kan het gewicht van je botten en je spieren toenemen. Daartegenover kan het gewicht van je vetten juist afnemen als je veel beweegt. Ook het verlies van vocht (zweten), vooral bij warme weersomstandigheden en een hoge luchtvochtigheid, kan je enkele kilo’s in gewicht schelen. Kortom, je gewicht zegt dus niet alles over hoe slank je bent. Een bodybuilder is bijvoorbeeld zwaar omdat hij of zij veel spier- en botmassa heeft, maar heeft wel een laag vetgehalte!Vetgehalte meten
Om erachter te komen wat een gezonde hoeveelheid vet is op je lijf, moet je kijken naar de juiste verhouding tussen het gewicht van je vetmassa en de rest van je lichaam. Je vetpercentage zegt dus iets over de juiste verhoudingen.De twee methoden om je lichaamsvet te meten zijn:
• De huidplooidiktemeting. Dit is een methode waarbij je op vier verschillende lichaamsplaatsen de dikte van je huidplooi en het onderliggende vet meet. Deze vier waarden worden bij elkaar opgeteld. In een tabel kun je vervolgens het vetpercentage aflezen, waarbij natuurlijk rekening wordt gehouden met het feit of je man of vrouw bent en wat je leeftijd is. Een vetpercentage tussen 15-25% van het lichaamsgewicht is over het algemeen een mooie waarde. De meting kan het beste worden afgenomen door iemand die hierin geoefend is. Het resultaat hangt namelijk sterk af van de ervaring van de persoon die de metingen verricht. Daarnaast wordt het moeilijker meten naarmate een lichaam meer vetmassa heeft. Bovendien is dat geknijp in je lijf vaak niet echt prettig.
• De impedantiemeting. Hierbij laat je een stroompje door je lichaam gaan. Door vervolgens de elektrische weerstand ofwel impedantie van het stroompje te meten, kun je de samenstelling van je lichaam berekenen. Spieren geleiden stroom namelijk goed, en vet niet. Hoe groter de weerstand dus is, hoe meer vet je hebt. Hierbij sta je op een soort weegschaal en hebt twee handvaten vast, op de display kun je dan je vetgehalte aflezen. Het is wel belangrijk is in je achterhoofd te houden dat deze methode bij vochtverlies niet geheel betrouwbaar is. En ook bij het meer of minder stevig vastpakken van de handvaten is een verschil te zien bij de meting. Het voordeel is dat de waarde wel vrij gemakkelijk te meten is.
Regelmatig meten
Beide methodes hebben berekenen niet precies het vetgehalte. Je kunt daarom het beste regelmatig meten, bijvoorbeeld één keer per maand, met dezelfde methode en dezelfde apparatuur. Zo krijg je een beter en betrouwbaarder beeld van het verloop van je vetpercentage. Je kunt er vanuit gaan dat bij een structurele afname van de hoogte van de meting er sprake is van een afname van het vetpercentage.Meer informatie
Informatie van het Voedingscentrumhttp://www.voedingscentrum.nl/gezondgewicht
http://www.voedingscentrum.nl/energiestofwisseling
Informatie van het Nederlands Huisartsen Genootschap
http://nhg.artsennet.nl
Bron:Medic Info
Copyright:
Medic Info
Publicatiedatum: 07/12/2009Disclaimer

Test & ken jezelf

© 2007 ZijGezond is een initiatief van CZ.
